Kunst in het onderwijs

BEGELEIDING VAN MEERBEGAAFDE LEERLINGEN 

In de afgelopen jaren is er een goede zorgstructuur neergezet, waarbij resultaten geanalyseerd worden op school-, groeps- en leerlingniveau en waarbij op alle niveaus steeds hoge doelen gesteld zijn.

Wij merken dat de groei in opbrengsten vooral gezocht en gehaald wordt door de lage scores te beïnvloeden. De leerlingen en onderdelen die C-, D- of E-scoorden krijgen focus en extra inzet. Daarin is een goede groei gemaakt en de ingezette interventies hebben in algemene zin vruchten afgeworpen. We zullen deze werkwijze dus zeker handhaven.

Daarnaast willen we nu zoeken naar de groei die te behalen valt aan “de bovenkant”. Hoe kunnen we optimaal tegemoet komen aan ontwikkelings- en begeleidingsbehoefte van onze hoog-scorende leerlingen?

Kunnen we daarnaast het welbevinden van deze leerlingen en de positieve deelname aan de sociale context binnen de school versterken?

Kunnen we talent ontwikkelen en excelleren stimuleren?

PILOT KUNSTCOACHING

Binnen het onderwijs aan meer- en hoogbegaafde kinderen en dus ook binnen deze vorm van coachen en begeleiden staan (h)erkenning, motivatie en creativiteit centraal.

De toekomstrichting waar ons “zijn” naar toe gaat, is dat alle kennisgebieden, cultuurontwikkelingen en organisaties deel uitmaken van een holografisch model, een model waarbij deze elementen in verbinding staan met elkaar. (Volgens verschillende nieuwe wetenschapsstromingen wordt deze term ook gebruikt bij de integraaltheorie). De kinderen van nu staan dagelijks oog in oog met middelen die de wereldse verbindingen mogelijk maken, alle informatie en kennis is in Google zo voor handen. Het is een toekomst waarin kinderen moeten leren hun identiteit in een grote wereld neer te zetten. Het begrip 'ik-in-verbinding-met...' zal een uitdaging ook in het onderwijs worden.

Kinderen die door ouders, leerkrachten en omstanders gezien worden als hoogbegaafd, hoog sensitief, zullen de uitdaging 'ik-in-verbinding-met...' kunnen aangaan met onderwijsdeskundigen die dit aan het kind kunnen laten leren.

Een uniek en creatief middel om kinderen hierin ondersteuning te geven, is kinderkunstcoaching. Een methode waarbij het totale begrip kunst, zowel de zichtbare als de theoretische kant, gebruikt wordt om het kind te prikkelen en te bewegen. Dit tot doel om cognitieve vakken in de reguliere lessen te verdiepen, om te leren creatieve oplossingen te bedenken, om een visueel beeld te krijgen hoe het kind zich verhoudt tov de maatschappij, om te leren out-of-the-box te denken, om verborgen talenten naar boven te halen, om school een uitdaging te laten zijn voor het kind. Deze doelgroep mag in zijn verdere loopbaan daarmee laten zien, dat hij/zij niet alleen intelligent is, maar daarnaast nog andere misschien meer waardevolle talenten heeft. Dat betekent dat de elementen van kunst gelinkt worden aan inzichten en structuren binnen het kind, de cognitieve vakken, nieuwe kennis, creatieve oplossingen en school.

Kinderkunstcoaching geeft informatie, inspiratie en motivatie voor het kind. Het is belangrijk dat de verkregen informatie van dat kind vertaald wordt in een goed onderwijsplan. Een nauwe samenwerking met de begeleidende onderwijskundige is belangrijk.

Wanneer kinderkunstcoaching wordt toegepast in onderwijs bij deze doelgroep, is kunst een middel dat ingezet wordt om het kind én het kind in verbinding met de maatschappij in een onderwijsmodel te zetten. Al snel zal duidelijk worden dat kunst niet alleen een mooi plaatje is, maar dat het bol staat van informatie. Hoogbegaafde en hoogsensitieve kinderen zijn in staat dit te begrijpen.

 

Een voorbeeld: Kunstcoaching in de bovenbouw van bs. St. Gerlachus.

Doelgroep:    kinderen met veelal A en A-plus scores + weektaak af op donderdag

Tijdens de lessen waarbij kunstcoaching wordt gebruikt, leren de kinderen om  met helicopterview naar hun eigen leersituatie binnen de school te kijken. Het middel ‘kunst’, met zijn praktische, theoretische en creatieve facetten wordt gebruikt om het denkproces van het kind letterlijk in kaart te brengen. Veel ‘Aha-momenten’ versterken hun vermogen tot abstract denken. Ze leren om hun identiteit binnen de school en de maatschappij te visualiseren. Er wordt aandacht aan persoonlijke talentontwikkeling besteed. Aan de kinderen wordt geleerd gehelen te overzien. Er wordt buiten de kaders van de gewone school gekeken ten behoeve van eigen talentontwikkeling. Er wordt uitgedaagd en begeleiding gegeven om te weten waar de persoonlijke lat gelegd kan worden. Er wordt in processen gedacht, met een duidelijk doel voor ogen. De stip op de horizon wordt gezet en de weg daarnaartoe wordt door het kind zelf gezocht. Het kind wordt niet op ‘goed en fout’ geattendeerd, maar op ‘het is zoals het is’. Het mag zo zijn en jij mag zijn wie je bent.

Je werkt aan wat/wie je wilt worden. Belangrijk is om de brug tussen de gewone school en de “coole” school zichtbaar te houden. Het één kan niet zonder de ander, ze hebben elkaar nodig om bij de Super School uit te komen.

Ondanks dat alles binnen hetzelfde schoolgebouw gebeurt, zijn de kinderen in een andere sfeer. Daarbij kan het één naast het ander gezet worden. Er hoeven geen extreme veranderingen qua omgeving gedaan te worden, de manier van communiceren brengt het kind al in een andere leeromgeving.

Dit alles  heeft als doel het welbevinden van een kind te bevorderen en zijn talenten te ontwikkelen.