Project kunst & wetenschap

Is de energie van kunst meetbaar? Zo ja, Hoe? Twee vragen die al enkele jaren mij inspireren te zoeken naar antwoorden in duurzaamheid.

 

Duurzaamheid in kunst: Als kunstenaar wil ik werken om de energie van kunst op te slaan, dit als contrast tot de kunstobjecten waarbij een waarde wordt gegeven aan de fysieke aanwezigheid. Bereikt de kunstwereld het niveau dat kunst een energetische waarde heeft, dan hoeft niet alles bewaard te blijven. Overvolle depots is dan geen probleem meer. 

Moeilijkheid zit hem om de balans te vinden om fysieke kunst te maken, en hem als energie achter te laten..... Daar heb je de ontwikkeling binnen de kwantumfysica voor nodig....

Het thema van mijn werk is: de vorm die "de trilling van energie" weergeeft. Grote inspiratiebron is de ontwikkeling binnen de kwantumfysica.

Uitvoering:

Ik zoek de trilling van energie op, zoals kwantumfysici bezig zijn daar feitelijke formules bij te krijgen. Er is op zich qua inspanning niet veel verschil tussen het zoeken naar de vorm voor de kunstenaar en het zoeken naar de formule voor de wetenschapper. Maar het is voor mij niet genoeg: het is niet alleen de vorm, maar de combinatie van vorm en het proces van het creëren. Het proces naar de vorm toe is even (of nog meer) belangrijk. Het is een proces waarbij je als kunstenaar vertrouwt dat de definitieve vorm er wel aankomt, dat ooit de 'Mona Lisa' gemaakt wordt. 

Als je het vergelijkt met de maatschappelijke verandering, heeft de huidige mens veel meer behoefte aan de weg er naar toe, dan afgerekend worden op het rendement. Het is een (prachtig) gevolg van de crisis waaruit wij gekomen zijn.

Ik omschrijf mijn manier van werken als een continue visuele verwerking van korte momenten, van spontane ingevingen, van opkomende en afgaande emoties, van binnenkomende berichten, van informatie-input. Ik doe dat door in mijn atelier te bewegen van werk naar werk, door werken terwijl ze nog nat zijn, toch over elkaar te leggen. Het ene werk de inspiratiebron voor het andere werk te laten zijn. Met de penseel waar nog verf aanzit, nog een streek te geven aan een andere schilderij. Door diverse stijlen naast elkaar te zetten als versterking ipv onzekerheid. Door me niet te laten beperken om te kiezen voor 1 techniek, maar meerdere bij elkaar, over elkaar en naast elkaar te gebruiken. 

Het gaat om de fysieke diversiteit in stijl en techniek waardoor er aangetoond wordt dat binnen een proces meerdere oplossingen mogelijk zijn, dat het niet gaat om goed of fout, maar om het zijn in het algemeen.   

Ik moet niet vergeten te vermelden dat de huidige maatschappij vaak overloopt aan informatie en dat iedereen nog zoekt naar een modus om deze informatie te rangschikken in hoofd,- en bijzaak. Het werk dat ik maak is een reactie op deze spinsels van informatie. Binnen in het thema van "de trilling van energie" krijg ik telkens nieuwe informatie die ik zeer spontaan omzet in vormen. Er lijkt een niet-samenhangende-stijl in te zitten, maar juist dat is de directe weergave op het maatschappelijke. 

En ook als je het vergelijkt met de kwantumfysica waarbij verbinding centraal staat, waarbij energie als een non-lokale trilling wordt gezien, en onze fysieke waarneming verder gaat in deeltjes die in een continu informatief proces zitten. 

Dat betekent dat het maken van mijn werk (de zoektocht naar de vorm van energie/trilling/stringtheory) pas oprecht beleefd en vervolmaakt kan worden als ikzelf ook beweeg in een omgeving die met diezelfde verbinding bezig is. Vandaar dat mijn werken met elkaar verbonden moeten zijn, maar ook met de directe omgeving en de cultuur om ons heen.

De beweging van creëren moet niet alleen in een gesloten atelier zijn, het is vooral de energie die daarbuiten is, die bij mij en bij mijn werk naar binnen moet. Voor de duidelijkheid: mijn atelier staat open, ik ontmoet daar inspirerende mensen en mijn kinderen komen binnen die me telkens een spiegel voorhouden (welke universiteit is grootser dan het observeren van je eigen kinderen?). En waarom moet dat schilderij 'af' zijn, als je zo staat voor het proces en vertrouwen hebben in de stip op de horizon. Daarom kan een schilderij nog jaren groeien. Een schilderij mag net zoals alles om ons heen rijpen naarmate de kunstenaar groeit, de cultuur verandert, de tijd verstrijkt. Een schilderij mag ook zijn proces laten zien in zijn vorm. Zo neemt de achterkant van een schilderij de toeschouwer mee in de lagen, in het gevecht van de kunstenaar, in de diverse invloeden, in de sferen. Aan de achterkant lees je een ander verhaal, dan aan de voorkant. Hoe direct kun je dat betrekken en verbinden op andere maatschappelijke processen. 

 

De focus in de toekomst gaat van binnen je eigen comfortzone blijven, naar je te verbinden met andere talenten met synergie als doel. O.a. socialmedia zijn een belangrijke vorm om het verbinden en delen vanaf de jeugd als standaard te zien. We zitten in de overgang van hokjescultuur naar verbindingscultuur. Daarbij zoekt ieder nog naar een balans tussen enorme hoeveelheden informatie verwerken en momenten van rust.